Persoonlijk

Open brief aan minister Hermans | Rouw is rauw

Geachte mevrouw Hermans, beste Sophie,

Het is misschien een wat ongebruikelijke manier om contact te zoeken, zo via een open brief. Maar aangezien u de portefeuille Volksgezondheid, Welzijn en Sport beheert, dacht ik: ik klim in de pen. Niet als politiek criticus, maar gewoon als mens. Want er knaagt iets in mij over hoe we in Nederland omgaan met de wetten van de overheid als de wetten van het leven toeslaan.

Kortgeleden werden mijn man en ik halsoverkop teruggeroepen van vakantie. Mijn schoonvader, die leed aan dementie, was hard achteruitgegaan. In goed overleg met de artsen besloten we zijn laatste dagen vooral zo comfortabel mogelijk te maken. Na vijf dagen gleed hij rustig weg. Verdrietig natuurlijk, maar ook een scenario waarin je vrede kunt hebben met het einde.

Mocht u weleens een overlijden van dichtbij hebben meegemaakt, dan kent u de paradox van de week die volgt. Je bent verdrietig, maar je hebt er simpelweg de tijd niet voor. De dagen na een sterfgeval veranderen je acuut in een soort onbetaalde eventmanager. Er moeten kaarten gedrukt, bloemen gekozen en mensen gebeld. De administratie van de dood draait op volle toeren. Het verzorgingstehuis vraagt bovendien vriendelijk doch dringend of de kamer al leeg kan, want de wachtlijst is lang. Je selecteert foto’s, luistert muziekfragmenten en pent een speech in elkaar.

Gelukkig hebben we dat in Nederland bij wet keurig geregeld: je krijgt bijzonder verlof om dit organisatorische circus te managen. Je staat in de overlevingsstand. De knop gaat om, het verstand op nul.

Bizar genoeg kregen wij de overtreffende trap. Drie dagen na de crematie van mijn schoonvader overleed mijn eigen vader. En hup, daar gingen we weer. Direct terug,  de regelmodus in. Het verdriet om mijn schoonvader parkeerde ik maar ergens op de achterbank; er moest immers wéér een uitvaart worden georganiseerd. Weer een speech worden geschreven en ik moest wéér een overvolle aula toespreken. Twee zaterdagen achter elkaar. We werden geleefd door de klok en de praktische to-do-lijstjes.

De klap kwam de dag na de crematie van mijn vader. Toen moesten we namelijk weer gewoon aan het werk. Het bijzonder verlof was immers opgebruikt aan het regelwerk.

En precies daar zit de pijn. Want pas dán, als de aula leeg is, de bloemen verwelken en de telefoon stopt met trillen, valt de stilte. Pas dán is er mentaal de ruimte om het verdriet überhaupt toe te laten. Maar de realiteit dwingt je om die stilte onmiddellijk te negeren. De wekker gaat, de mailbox stroomt vol en je moet weer functioneren alsof er niets is gebeurd.

Ik zal er niet omheen draaien: bij mij ging dit niet goed. Ik zat verdwaasd achter mijn bureau en voelde alleen maar een diep, fysiek au. Binnen elf dagen was ik twee vaders verloren, had ik twee begrafenisondernemers versleten en twee keer mijn ziel blootgelegd voor een volle zaal. Het verdriet, dat zich tijdens het regelen netjes gedeisd had gehouden, sloeg nu pas als een vloedgolf naar binnen. Het was niet alleen scherp, het was ontzettend rauw.

Mijn leidinggevende zag het gelukkig meteen en stuurde me naar huis. Ik werd ziekgemeld. En hoewel ik dolblij was dat ik thuis mocht huilen, uitslapen en praten, bleef er iets wringen. Want ik was helemaal niet ziek. Ik was in de rouw. 

Het zette me aan het denken, vooral omdat ik nu ook de andere kant van het leven van dichtbij meemaak. Onze dochter telt op dit moment de weken af naar haar zwangerschapsverlof. Straks krijgt zij, en ook onze schoonzoon, alle ruimte via geboorte- en ouderschapsverlof om in alle rust te wennen aan het nieuwe wondertje. Dat vinden we volstrekt normaal.

Waarom hebben we dan niets geregeld voor de andere kant van het bestaan? Waarom mag je wel wekenlang wennen aan de komst van een mens, maar moet je de permanente afwezigheid van een dierbare in een verloren weekend zien te verwerken?

Beste Sophie, er ligt al een tijdje een Wetsvoorstel voor Rouwverlof bij de Tweede Kamer. En dat is jammer, want het moet er niet alleen liggen, er moet ook over gepraat worden. Ik zou u daarom willen vragen om dit onderwerp in het kabinet nogmaals goed onder de aandacht te brengen. Geef mensen na een uitvaart standaard twee weken wettelijk rouwverlof. Of ‘rauwverlof’, want dat dekt de emotionele lading zoveel beter. Tenslotte is dit iets wat iedereen gaat meemaken in het leven. Iedereen die geboren wordt, gaat tenslotte een keer dood…

Rouw is geen ziekte. Het is een emotionele verbouwing waar tijd en rust voor nodig is—tíjd die pas begint als het regelen stopt. Als we werknemers die ruimte geven, voorkomen we dat ze zichzelf met een brok in hun keel naar kantoor slepen om vervolgens maanden later alsnog met een burn-out uit te vallen.

Ik ben inmiddels na een paar weken gelukkig weer volledig aan de slag. Mijn veerkracht is terug. Maar wat had ik het fijn gevonden als mijn afwezigheid destijds de juiste naam had gekregen. Niet ‘ziek’, maar simpelweg: in de rouw.

Met vriendelijke groet,

Gwennie

You Might Also Like...

2 Comments

  • Reply
    Helena Linneweever-Priem
    14 september 2026 at 5:03 am

    Wat fijn dat je een oplettende leidinggevende hebt die op je let en dat tijd voor jezelf iets geholpen heeft. Rouw is nu eenmaal een raar iets, zeg ik wel eens, het komt soms op de meest onmogelijke momenten de bocht omzeilen, terwijl je er niet op bedacht bent. Voor rouw(en) bestaat nu eenmaal geen protocol. Of, zoals Manu Keirse het zegt: “rouw is hard werken; het is rouwarbeid.” Het gaat deel uitmaken van je leven en daarom zo belangrijk hier tijd voor vrij te maken waar en wanneer dat nodig is.
    Dus ja, ook ik hoop dat deze verlofvorm handen en voeten krijgt!
    Dikke knuffel en lieve groet

    • Reply
      Gwennie
      14 september 2026 at 6:19 am

      Ik hoop het echt! Xx

Leave a Reply