In tien dagen tijd is mijn vader van een licht verwarde man, via een behoorlijk verwarde man naar een volledig demente staat gesneld. Hij heeft hierbij niet de zandweggetjes genomen, ook niet de verharde paadjes, de ruime B-wegen, nee, hij is via de snelweg van A naar B gegaan. In tien seconden tijd. Of – in zijn geval – in tien dagen.
Wij staan met z’n allen enigszins van slag, langs de kant van de weg en begrijpen even niet wat er nu precies gebeurd is.
Ja, er was daar ineens die ontzettende pijn in zijn nek en schouder. Een pijn die – zoals later bleek – veroorzaakt werd door een beklemde zenuw doordat wervels langzaam in elkaar zakken. Geen bot meer, geen weerstand. Wel veel pijn en een pijnmedicatie die meer kwaad dan goed doet, maar tegelijkertijd zo noodzakelijk is.
En dus racete hij met de snelheid van het licht af op een volledig verwarde staat. Ook wel bekend als dementie.
En dan komt de vraag… Hoe ga je om met een man die ineens niet meer weet wie je bent. Vraagtekens in zijn ogen krijgt als je iets tegen hem zegt. Wat mompelt, ’s nachts probeert op pad te gaan en de volgorde van aankleden niet mee begrijpt. De verpleging krijgt zijn heldere stem, wij zijn onsamenhangende zinnen. Het schuurt, doet pijn, tegelijkertijd is het de grote werkelijkheid.
Ineens zit daar een vader, in elkaar gedoken als een oude man. Vermagerd en smalletjes. De ondeugende twinkeling is zijn intens blauwe ogen is gedoofd, de brede lach die zijn gezicht in tweeën deelde is plotseling weg.
En dan besef je: je gaat er niet mee om, je kunt er niet mee omgaan. Je kunt alleen maar proberen de kleine lichtpuntjes te ontdekken in zijn lange dagen van vergetelheid. Zijn twee oogappeltjes, zijn achterkleinkinderen, krijgen dat zowaar voor elkaar. Ineens is daar de liefste opi van de wereld, stapelgek op die twee jonge nazaten. Hij aait hun wangen, is blij met hun kusjes en geniet intens van hun aanwezigheid. Om, zodra ze weg zijn, weer terug te keren naar de diepten van zijn onbekende moeras.
Ik luister naar de verhalen vol verdriet van mijn kinderen, die hun opa niet meer herkennen, die stiekem gehoopt hadden dat hij nog langer van hun kinderen, zijn achterkleinkinderen, had mogen genieten. Ondanks dat ze weten dat 92 jaar al ontzettend oud is natuurlijk.
En toch ben ik dan ook weer dankbaar dat hij een paar minuten aan de oppervlakte van het helder denken en liefhebben is geweest. Al was het maar heel eventjes. Voor nu is dat genoeg.
6 Comments
Rian Broos
9 maart 2026 at 7:27 pmHeel veel sterkte voor jullie allemaal.
Mijn schoonmoeder heeft bijna 8 jaar in haar moeras geleefd na een pad daarheen van 6 jaar. Het enige wat rest is “genieten” van elk moment van samenzijn. Ergens daarbinnen is nog een lichtje aan ook al zijn de luiken dicht en zien we het niet. 🙏🏼😘
Gwennie
10 maart 2026 at 6:32 amDie lichtjes van binnen koester ik inderdaad! Het is nu nog zo onwerkelijk allemaal, omdat hij met de snelheid van het licht daar ineens terecht is gekomen. 😢
Inge
10 maart 2026 at 10:21 amHeel veel sterkte ❤️
Gwennie
10 maart 2026 at 6:31 pmLief, dankjewel 🤍
Aukje
10 maart 2026 at 1:59 pmJa, dat is heel moeilijk om iemand zo te zien aftakelen.
Ik wens je heel veel sterkte.
Gwennie
10 maart 2026 at 6:31 pmVreselijk… Dankjewel 🤍