Persoonlijk

Draadjes

In de tuin, onder de schaduw van onze boom, zie ik hem zweven. Een lange draad. Ragfijn. Zo ontzettend fijn dat ik echt moeite moet doen om hem te zien. Maar hij is er. Hij kleeft aan een het ene uiteinde aan de stam van onze boom en wordt meegenomen in de deining van de wind.

Het losse eindje probeert grip te krijgen op iets. Dat ‘iets‘ is er echter niet. Onze boom staat midden in het gras, in zijn eentje. Ik ben op dit moment misschien wel het enige dat dicht genoeg in de buurt zit en ook dat is nog een ruime meter van de stam. Het is dus een kansloze exercitie.

Ik sluit een tel mijn ogen en laat mijn gedachten meedeinen met het draad in de wind.

Ik denk terug aan vorige week, toen ik naast mijn vader zat.
Het is altijd afwachten hoe ik hem tref. De ene keer is hij boos en opstandig. Dan raast en tiert hij, terug in zijn oude, Leidse accent. Niks is goed, iedereen doet het verkeerd en hij snapt er geen bal van waarom hij niet weg mag. Hij woont toch ergens anders? Dat weet hij zeker! En waar is mijn moeder in ’s hemelsnaam? Die is ook altijd maar druk.

Een volgende keer ligt hij stilletjes in bed en krijgt het niet voor elkaar om goed wakker te worden. De dag is niet voor hem bedoeld en hij heeft pijn. Tranen rollen stilletjes over zijn wangen en ik zit dan op de rand van zijn bed, met mijn armen om hem heen. Wiegend en troostend, zoals ik vroeger ook met mijn kinderen deed, toen ze nog klein waren en intens verdrietig bij mij op schoot kropen.

Soms heb ik geluk en heeft hij heldere momenten. Dan kijken zijn intens blauwe ogen mij helder aan en hebben we een connectie. De laatste keer gebeurde dat ineens. Zijn losse draadje had mij gevonden en vastgegrepen.

‘Het is goed zo, Gwen… Ik zie ook wel dat het voor mij erop zit, dit leven. Ik ben 92 en mijn leven zit er gewoon op.’
– ‘Pap…’
‘Nee, het is goed. Geloof me. Jij bent nog maar 60, voor jou gaat het leven door. Net als voor jouw kinderen en die kleinkinderen van je. Zo hoort het ook.’

In de stilte die volgt pak ik zijn hand. Ik vraag mezelf af of ik nog vragen heb aan hem. Nu is blijkbaar het moment.

– ‘Pap? Als je nu terugkijkt op je leven, hè. Wat is dan het mooiste wat je hebt meegemaakt? Ik bedoel, je hebt zoveel van de wereld mogen zien. Je bent op zoveel plekken geweest. Je hebt zoveel mensen ontmoet…’
Mijn vader denkt lang na.
Even ben ik bang dat het flinterdunne draadje alweer heeft losgelaten. Dan kijkt hij mij recht in mijn ogen aan en antwoordt.
‘De tijd dat we met z’n viertjes waren. Mama, jij, je broer en ik. Op vakanties in Limburg of on Oostenrijk of gewoon thuis. Op zondag. Gewoon samen, als gezin. Ik denk dat dat wel het mooiste is geweest wat ik heb meegemaakt.’

Ik slik mijn tranen niet weg, maar laat ze gaan, terwijl ik hem stevig knuffel. Dan haal ik diep adem en drink een slokje water.

Als ik weer ga zitten zijn zijn ogen neergeslagen. Hij dommelt wat weg en ik weet: als hij over een paar minuten zijn ogen weer open doet is de verbinding weer verbroken. Het draadje zal weer losgelaten hebben en ik moet wachten op een volgende keer.

Mijn lieve, oude, broze, verwarde papa.

You Might Also Like...

2 Comments

  • Reply
    Sjouk
    7 juli 2026 at 9:34 am

    Dat dunne draadje zo breekbaar en zo herkenbaar.
    Dat dunne draadje zal nooit breken, ook ook als hij er niet meer is.
    Ik ervaar dat dunne draadje nu nog iedere dag.
    lieve groet Sjouk

Leave a Reply